[Introduction] [Numismatics] [Forum Hadriani] [Continuity or crisis?] [Links] [Contact]

Publications on Continuity or Crisis

 ♦ The guarded river through no man's land: the Roman limes in the western Dutch River Area at the end of the third century AD
(first published on this website Augustus 00, 2015)

Abstract: The Roman limes in the western part of the Dutch River Area did not ‘fall’ at the end of the third century AD. At that time, this limes segment no longer functioned as a line of defence to keep raiders out and protect the hinterland, but as a guarded infrastructure, essential for transport and trade between Britain and the German Rhineland.
A linear, stationary defence bases on permanently occupied castella was no longer necessary because of the depopulation on both sides of the limes and in fact no longer feasible as a result of the marshiness in the area. We propose the hypothesis that the permanent linear defence of the Lower Rhine was replaced by a new concept showing remarkable flexibility and continuity

 ♦ De bewaakte rivier door niemandsland: het West-Nederlandse limesgebied
aan het eind van de 3e eeuw (
Westerheem 2015, 64, 178-188)

Abstract: De Romeinse limes tussen Utrecht en de kust ‘viel’ aan het eind van de 3e eeuw niet door invallen, zoals algemeen wordt aangenomen. Op dat moment functioneerde dit limes-segment niet meer als verdedigingslinie om indringers te weren en het achterland te beschermen, maar als een bewaakte infrastructuur, essentieel voor transport en handel, vooral tussen Brittannië en het Duitse Rijnland. Een lineaire, stationaire verdediging met permanent bemande castella was niet langer nodig omdat het gebied aan beide zijden van de Rijn nagenoeg ontvolkt raakte en bovendien was zo’n traditionele limesverdediging niet meer mogelijk als gevolg van de toenemende vernatting.

 ♦ Coins and Continuity in the Dutch River area at the end of the third century AD
(European Journal of Archaeology 6/1 2003)

Abstract:  The coin series from sites in the Dutch River area show a break during the last three decades of the third century and the first decade of the fourth century AD. Coins minted for Aurelian and his successors to the throne up to Constantine I are very scarce for all sites. The break has been interpreted to indicate the end of occupation of castella and settlements around AD 275. When the site finds from the Dutch River area are presented in the form of an adapted histogram however, the coin series show a striking similarity to site finds from Roman Britain, where on the whole continuity was safeguarded during the third century. The article argues that this gap in the coin series – detectable all over the western part of the Roman Empire – is caused by the special character of coin circulation during this period in the west and does not indicate the end of activities on the site that provided the coins. Coin finds even seem to suggest continuity during this period for a number of sites in the Dutch River area.

 ♦ Een Romeinse Europoort aan de Schelde (Westerheem 2016, 65, 185-195

Abstract: De overzeese handel vanuit het Nederlandse rivierengebied vond tussen circa 150 tot 250 n. Chr. voornamelijk plaats vanuit een haven in de Scheldemonding. Deze haven speelde een belangrijke rol bij de export van handelsgoederen, afkomstig uit het Scheldegebied: zout, allec, ham en ander verduurzaamd vlees, wol, wollen mantels en ander textiel. Een aantal van deze producten is aantoonbaar in het hele Romeinse rijk verhandeld. Geen andere regio in het westelijke stroomgebied van de rivieren die in Nederland uitmonden, beschikte over een dergelijk groot en gevarieerd goederensurplus, geschikt voor export. De Scheldehaven werd echter ook gebruikt door handelaren uit het Rijn- en Maasgebied, zoals uit de Nehalennia-altaren uit Domburg en Colijnsplaat blijkt. Export van producten uit het Rijn- en Maasgebied vond waarschijnlijk ook grotendeels via de Scheldehaven plaats.
De onlangs gepresenteerde
hypothese dat de haven van Voorburg-Arentsburg een functie had als overslaghaven in de handel op Britannia moet vooralsnog van de hand worden gewezen, daarvoor zijn onvoldoende aanwijzingen.

Met betrekking tot
de internationale handel nam de Schelde binnen het Nederlands Rivierengebied tussen 150 en 250 n. Chr. een bijzondere positie in..

  The Roman Scheldt harbour: a gateway to the Low Countries
(first published on this website 13 October, 2016)

Abstract:  During the period 150-250 A.D., export goods produced in or transported through the Dutch River Area were shipped from a port in the Scheldt estuary. This port transhipped products from the Scheldt area itself, like salt, fish sauce, ham and other conserved meat products, wool and woollen clothing. Some of these products were traded all over the Roman Empire. No other region in the Low Countries produced an equally substantial surplus of products suitable for export.
The Scheldt port also handled products shipped by merchants from the Rhine- and Meuse area
.

Recently, a harbour was discovered on the Fossa Corbulonis in Voorburg-Arentsburg (Forum Hadriani). This port was hypothesized to function as a transhipment harbour for maritime trade and transport, particularly to Britannia. This hypothesis should be rejected: the presented evidence is unsatisfactory.
We can conclude that regarding overseas trade, the Scheldt held a special position among the rivers in the Low Countries during the period of 150-250 A.D.